Skip to content

V & A: Waar halen de katholieken de hemelvaart van Onze-Lieve-Vrouw vandaan?

by op 11 november 2011

BEZWAAR: “Er bestaat een katholiek dogma over Maria’s Hemelvaart, terwijl niets daarvan in de Bijbel staat. Leren de katholieken dat als een consequentie uit hun leer over Maria’s onbevlekte ontvangenis?”

ANTWOORD:

De Katholieke Kerk spreekt over Maria’s tenhemelopneming in tegenstelling met Christus Hemelvaart; door dit verschil in uitdrukking wil zij duidelijk aangeven, dat Maria niet als Christus door eigen macht met ziel en lichaam ten hemel is opgestegen, maar dat zij, als een bijzonder voorrecht, door Gods macht met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen. Deze door de katholieken sinds lang algemeen aanvaarde leer werd door Paus Pius XII op 1 November 1950 tot dogma verheven, zodat dit leerstuk thans plechtig door het onfeilbare leergezag is geformuleerd, vastgesteld en afgekondigd. Vóór die datum werd zij aan de katholieken voorgehouden door het gewone – niet plechtig daartoe in vergadering bijeengeroepen, maar – meer dagelijkse leergezag van de Kerk, waar men als katholiek ook niet tegen in mag gaan. En dit voorhouden kwam vooral hierin uit, dat de Kerk een bijzondere feestdag viert om dit voorrecht te herdenken (15 augustus).

Het is ongetwijfeld waar, dat deze opneming ten hemel met ziel en lichaam niet in de Bijbel vermeld staat. Maar de Katholieke Kerk leert dan ook, dat er twee bronnen zijn, waaruit we Gods openbaring kunnen putten, nl. het geschreven woord Gods, de H. Schrift, en daarnaast het ongeschreven, nl. de goddelijke overlevering. En wij kennen Maria’s tenhemelopneming uit die overlevering.

De tenhemelopneming moet ons niet verbazen. Het Oude Testament vermeldt de tenhemelopneming van twee andere personen, nl. Henok en Elias:

– “Henok leefde vertrouwelijk met God . . . En omdat Henok vertrouwelijk met God had geleefd, nam God hem weg, en men vond hem niet meer.” (Gen. 5:22-24).

– “Terwijl ze nu al sprekende verder gingen, kwam er opeens een vurige wagen met vurige paarden; ze werden van elkander gescheiden, en Elias voer in een stormwind ten hemel.” (2 Kg. 2:11)

Men kan, zeker in strikte zin, niet zeggen, dat de tenhemelopneming een consequentie zou zijn van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, al sluit zij er zich ook onwaardig bij aan. Men heeft een vergelijking willen maken met de toestand, waarin de eerste mensen leefden vóór de zondeval; maar die vergelijking gaat niet op. Want Adam en Eva waren wel geschapen in staat van heiligmakende genade, maar dat zij ook het voorrecht verkregen hadden om vrij te zijn van lijden en dood, en zonder te sterven in de hemel te worden opgenomen, volgde niet als consequentie uit het bezit van de heiligmakende genade. Het waren, wat men noemt, buitennatuurlijke gaven, van een heel andere aard dan genade, die bovennatuurlijk is.

En al kan men dus wel zeggen, dat Maria weer terugkreeg, wat de eerste mensen voor al hun nakomelingen verloren hadden, dat zij nl. zonder erfzonde werd ontvangen en onmiddellijk de heiligmakende genade bezat, toch kreeg zij daarom nog niet alle buitennatuurlijke gaven erbij, die Adam en Eva bezaten. Zij was immers in haar leven ook niet vrij van het lijden.

Natuurlijk was Maria’s dood geen straf voor haar zonden, omdat zij nooit gezondigd had; het was een normaal gevolg van het verslijten van haar lichaam en het afnemen van haar krachten. De bulle ‘Munificentissimus Deus’, die de dogmaverklaring bevat, wijst op de vele teksten uit de liturgie en de Vaders die de opneming met ziel en lichaam in verband brengen met de uitverkiezing van Maria tot Moeder Gods, en met name op het argument dat het lichaam van haar die de Zoon Gods gedragen en gevoed had, geen deel mocht hebben aan het aards bederf en moest delen in de eeuwige glorie van haar Zoon.

(Bron: De Katholieke Kerk, Deel III, EE.PP. Felix Otten en C.F. Pauwels O.P., 1946)

Advertenties

From → Hemelvaart OLV

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: