Skip to content

V & A: Waarom verwerpen de joden sommige van onze boeken uit het Oude Testament?

by op 16 oktober 2011

ANTWOORD:

De joden verwerpen verschillende boeken uit het Oude Testament die voorkomen in de katholieke Bijbel. Dit verschil heeft grote gevolgen, omdat de protestanten de joodse canon van Oude Testament-boeken volgen.

De joden verwerpen verschillende boeken uit het Oude Testament volledig of gedeeltelijk:

  • Baruch (en de Brief van Jeremias)
  • Judith
  • Tobias
  • Ecclesiasticus (of Sirach)
  • Wijsheid
  • Makkabeën I en II
  • Daniël 3:24-90; 13; 14
  • Esther 10:4–16:24

De deutero-canonieke boeken en passages werden verworpen op basis van vier criteria, die de farizeeërs uitvonden toen zij alle boeken van de bijbel onderzochten tijdens de Synode van Jamnia (90-100 A.D.).

Conformiteit met de Pentateuch [Vijf eerste boeken uit het Oude Testament, geschreven door Mozes]

Ouderdom: Alle aanvaardbare boeken mochten volgens de farizeeërs niet later dan de tijd van Esdras geschreven zijn. Ecclesiasticus en Makkabeën I werden hierdoor verworpen.

Hebreeuws: Alle canonieke boeken moesten in het Hebreeuws geschreven zijn. Boeken die geschreven waren in het Aramees of Grieks werden daarom verworpen. Aangezien het Boek der Wijsheid en Makkabeën II geschreven werden in het Grieks, en Judith, Tobias en enkele passages van Daniël en Esther in het Aramees, werden allen verworpen.

Palestina: De boeken moesten volgens de farizeeërs in Palestina geschreven zijn. Om die reden werden de Boeken van Daniël en Esther toegewezen aan de leden van de Grote Vergadering door de Babylonische Talmud en wel degelijk aanvaard. Maar aangezien de Boeken van Baruch en de Brief van Jeremias geschreven werden buiten Palestina, werden ze verworpen.

Deze vier criteria, die grenzen plaatsen op de goddelijke inspiratie en profetie, zijn echter theologisch onverdedigbaar. Er is bijvoorbeeld geen reden waarom God een boek niet buiten Palestina kon laten samenstellen. Deze artificiële normen werden totaal verzonnen, met het gevolg dat enkel de proto-canonieke boeken die aan deze criteria voldeden, aanvaard werden.

Er zijn echter zeer goede argumenten waarom deze boeken wél onderdeel uitmaken van het Oude Testament en als geïnspireerd mogen beschouwd worden. Alhoewel ze later verworpen werden door de Joden in Palestina, werden deze boeken oorspronkelijk als canoniek beschouwd door de Joden van Alexandrië. In Alexandrië bevond zich de grootste concentratie Joden die buiten Palestina leefden. Dat deze deutero-canonieke boeken gebruikt werden door Joden, toont aan dat deze overal hoog gewaardeerd waren. Ondanks het feit dat ze later door de Palestijnse Joden verworpen werden, hebben dezen nooit verklaard dat de boeken fout of vals waren. En ondanks hun verwerping maakte de bekende Joodse historicus Flavius Josephus (37-101 A.D.) gebruik van hen voor zijn geschiedenis van het Joodse volk.

De kracht van deze argumenten voor de canonieke waarde van deze boeken en passages wordt alleen maar versterkt wanneer we de relatie beschouwen tussen de verschillende Joodse gemeenschappen. Na de Babylonische ballingschap erkenden alle Joden, of ze in Babylon, Egypte of elders leefden, het primaatschap en de jurisdictie van de gemeenschap in Jeruzalem inzake religieuze kwesties. Dit is de reden waarom de Joodse gemeenschap in Alexandrië de toestemming van de Hogepriester vroeg om de heilige boeken in het Grieks te laten vertalen. De Joodse gemeenschap in Alexandrië bekwam ook rechtstreeks het Boek van Esther (11:1) en andere boeken (2 Mach. 2:14 e.v.) van de gemeenschap in Jeruzalem. De Joden in Babylonië handelden op dezelfde manier.

Bedevaarten werden gemaakt naar Jeruzalem door de Hellenistische Joden (Hand. 2:5-11), die ook een jaarlijkse belasting betaalden voor het onderhoud van de Tempel en de dagelijkse offers. Indien dus de deutero-canonieke boeken gebruikt en bevestigd werden als heilig en canoniek door de gemeenschappen buiten Jeruzalem, zou de natuurlijke conclusie zijn dat diezelfde boeken als heilig en canoniek beschouwd werden door de hoofdgemeenschap te Jeruzalem.

(Bron: A Companion to Scripture Studies, E.H. J. E. Steinmüller, New York City3, 1941)

Advertenties

From → Bijbel

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: