Skip to content

V & A: Zijn de katholieken niet gelijk aan de Joden? Die hopen de Zaligheid te verkrijgen als beloning voor hun eigen goede werken.

by op 1 oktober 2011

De farizeeërs uit het Oude Testament

BEZWAAR: “Een christen moet alleen vertrouwen op de verdiensten van Christus’ verlossing om daardoor vergeving en zaligheid te verkrijgen. Maar dat doen de katholieken niet; zij hopen de zaligheid te verkrijgen als beloning voor hun eigen goede werken; en dus zijn zij precies gelijk aan de Joden uit het Oude Testament.”

ANTWOORD:

Op de eerste plaats bestaat er tussen de Joden en de katholieken dit grote verschil, dat de Joden al God welgevallig meenden te zijn door zuiver uiterlijke goede werken: het ontvangen van de besnijdenis, het behoren tot het uitverkoren Joodse volk, het onderhouden van de voorschriften van de Wet over de sabbatrust, reinheid, aalmoezen, vasten, enz., terwijl de katholieken alleen maar van een goed werk spreken, als de innerlijke bedoelingen goed zijn en men dus niet uit gewoonte of sleur of hovaardigheid of menselijk opzicht iets goeds doet, maar om God te eren en Gods wil te vervullen.

Vervolgens leren de katholieken, dat wij zulke waarlijk goede werken alleen maar kunnen doen door de kracht van de genade, die Christus voor ons heeft verdiend. Zij stellen dus wel degelijk al hun vertrouwen op Christus en weten, dat zij zonder Christus niets kunnen. Maar zij geloven, in deze instelling met de strenge protestanten, dat een mens door Christus’ genade werkelijk iets kan doen, wat in Gods oog welgevallig en aangenaam is.

Dus kunnen de katholieken alle uitspraken van de apostel Paulus tegen de “werkheiligheid” van de Joden en over het vertrouwen op Christus alleen met een gerust hart aanvaarden; die zijn niet strijdig met hun leer.

De katholieken geloven dus dat de mensen waarlijk goede werken kunnen doen door de genade. Als zij nu zeggen dat zij de hemel zullen ontvangen als loon voor die goede werken, dan bedoelen zij daarmee heel iets anders, dan wanneer zij zeggen: ’s zaterdags krijgt de arbeider zijn loon voor een week werken. Zij willen alleen maar dit zeggen, dat de mens door de onverdiend ontvangen genade van Christus iets goeds heeft gedaan en dat God hem daarom, met het oog op dat goede door de genade van Christus verrichte werk, iets teruggeeft, dat veel groter en heerlijker is, nl. de zaligheid van de hemel.

Er is dus in zekere zin “prestatie en tegenprestatie”; we kunnen dus terecht spreken over het loon voor de goede werken, maar dan krijgen al die termen een heel bijzondere betekenis, zodat er geen loon of verdiensten op aarde mee vergeleken kan worden. In die scène zal Christus ook zeggen: “Komt, gezegenden van mijn Vader; neemt bezit van het Rijk . . . Want Ik was hongerig, en gij hebt Mij te eten gegeven.” (Mt. 25:34-35), en zo te kennen geven dat wij het hemelrijk ontvangen, omdat wij goed hebben gedaan; en in diezelfde zin schreef Paulus: “Van nu af ligt voor mij de kroon der gerechtigheid gereed, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij schenken zal” (2 Tim. 4:8), om zo te laten zien, dat God uit rechtvaardigheid, omdat Paulus de goede strijd gestreden had, die gewoon zou geven. Deze katholieke leer over de verdiensten berust dus wel degelijk op de Heilige Schrift, en doet in niets tekort aan de verdiensten van Christus.

(Bron: De Katholieke Kerk, Deel III, EE.PP. Felix Otten en C.F. Pauwels O.P., 1946)

Advertenties

From → Redding

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: