Skip to content

V & A: Waarom kunnen leken niet de liturgie leiden?

by op 9 april 2011

Waarom leken geen priester zijn1. Om de rol van de priester in de liturgie en de sakramenten te begrijpen, is het belangrijk om te beseffen wat een priester precies is. Maar vooraleer we daartoe overgaan, is het belangrijk om de rol van Christus in de verlossing te situeren.

CHRISTUS’ ROL. In het Nieuwe Testament lezen we: “Want er is één God, en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Jezus Christus” (1 Tim. 2:5). Wat is een bemiddelaar? Een bemiddelaar wordt gekenmerkt door twee elementen: (i) Hij is tussen twee extremen en (ii) hij verenigt de twee. Indien de bemiddelaar één van de twee extremen is, is hij niet langer een bemiddelaar.

Welnu, Christus is een bemiddelaar tussen God en de mensen. Hij is op afstand van God door Zijn menselijke natuur en Hij is op afstand van de mensen door Zijn goddelijke natuur. Vandaar dat St. Paulus schrijft “de Mens Jezus Christus”.

DE ROL VAN DE PRIESTER. Door Zijn genade en glorie verschilt Christus van alle mensen. Als middelaar offert Christus enerzijds gebeden voor ons op tot God en geeft Hij anderzijds geboden, voorschriften en giften (genade) tot de mensen. De rol van een middelaar is dus een zeer unieke rol, die niet iedereen vervult. Als God-mens was Christus verschillend zowel van God de Vader, als van de mensen. Een bemiddelaar heeft dus een kenmerk nodig die hem onderscheidt van diegene(n) namens wie hij bemiddelt en hem in staat stelt beide extremen te verenigen.

BEMIDDELAARS TUSSEN CHRISTUS EN MENSEN. Christus heeft echter bemiddelaars aangeduid tussen Hem en de mensen: Priesters. Priesters ontvingen een blijvend kenmerk dat hen verschillend maakt van andere mensen. Ze worden een ‘alter-Christus’. Dat kenmerk geeft hen een bovennatuurlijke macht om enerzijds vergiffenis te vragen vanwege de mensen en anderzijds van Christus genaden te bekomen voor de mensheid. Vandaar dat de priester steeds spreekt in de naam van Christus (“Per dominum nostrum Jesum Christum”). Dat verklaart ook waarom de priester in de biecht niet handelt als “Pater Bob”, maar als Christus, en waarom hij, en hij alleen, de Heilige Mis kan opdragen en kan consacreren. De exclusieve rol van de priester -die rol die hem bijzonder en uniek maakt- is niet een humanitaire rol (zoals de zieken bezoeken, de armen helpen, enz.) maar wel een rol als bemiddelaar tussen Christus en de mensen. De mensen bijstaan hoort er ook bij, maar het zijn taken die ook door leken kunnen vervuld worden en dus niet uniek zijn.

[Wanneer we de rol van een bemiddelaar begrijpen, dan wordt het ook duidelijk waarom we Maria en de heiligen in de hemel aanroepen om namens ons te bemiddelen en genade te bekomen.]

2. Dat priesters Gods’ bemiddelaars zijn, heeft God ons ook ondubbelzinnig aangegeven in de Heilige Schrift. Het is God die het priesterschap heeft ingesteld en priesters tot Zich roept.

We vinden dit terug in vele citaten in de Bijbel:

– Alléén priesters werden gekozen om voor God te staan aan het altaar: “Mijn zonen, weest thans niet langer nalatig; want u heeft Jahweh uitverkoren, om in zijn dienst te staan als zijn dienaren en offerpriesters.” (Kro. 29:11)

– God stelt het priesterschap in in Het Oude Testament: “Daarmee zult ge uw broeder Aäron en zijn zonen bekleden. Dan zult ge hen zalven, tot priesters aanstellen en wijden, zodat ze voor Mij hun priesterlijke bediening kunnen uitoefenen.” (Ex. 28:41)

– Volgens St. Paulus wordt alléén de priester geroepen: “Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden . . . En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.” (Heb. 5:4)

– St. Paulus noemt de apostelen beheerders van Gods geheimen: “Men moet ons [de apostelen] zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen.” (1 Kor. 4:1)

– God is diegene die zijn priesterlijke dienaren de taak oplegt: Want het was God . . . die óns de prediking der Verzoening heeft opgedragen.  In Christus’ naam treden we dus als gezanten op, alsof God zelf door ons vermaant. In Christus’ naam smeken we u: Verzoent u met God.” (2 Kor. 5:20)

– Laat er geen twijfel over zijn, God is diegene die zijn vertegenwoordigers roept: Niet gij hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb ú uitverkoren; en Ik heb u aangesteld, om vrucht te gaan dragen.” (Jn. 15:16)

NIET ALLE LEDEN ZIJN PRIESTERS. De Kerk is een samenleving. Alle samenlevingen vereisen autoriteit en hiërarchie. Het is dan ook logisch dat de Kerk een hiërarchie heeft en dat de leden verschillende rollen te spelen hebben. Alhoewel alle leden van het Mystieke Lichaam deelnemen aan dezelfde zegens en hetzelfde doel nastreven, genieten ze niet allen dezelfde macht. Ze zijn dan ook niet allen in dezelfde mate gekwalificeerd om bepaalde taken uit te voeren. “Alleen de apostelen, en diegenen wier handen door hun opvolgers werden gewijd, werd de macht van het priesterschap gegeven. Het priesterschap wordt niet doorgegeven door erfenis of bloedverwant-schap. Het komt niet voort van de christengemeenschap. Het is geen delegatie van het volk . . . de priester is de gezant van de goddelijke Verlosser. . . . De macht die hem werd toevertrouwd, heeft geen gelijkenis met iets menselijk. Het is volledig bovennatuurlijk. Het komt van God.” (Mediator Dei §40) De liturgie komt dan ook exclusief aan de priesters toe.

(Bron: Mediator Dei, Pius XII)

Advertenties

From → H. Ordes

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: