Skip to content

V & A: Waarom bestaat het celibaat? Waarom heeft de Kerk dit uitgevonden? De Apostelen waren toch getrouwd, alsook de priesters in de eerste eeuwen?

by op 9 april 2011

Priesters en het celibaatKort antwoord:

Alhoewel de apostelen getrouwd waren en in de eerste eeuwen de mogelijkheid bestond voor getrouwde mannen om gewijd te worden, wordt vaak een belangrijk detail over het hoofd gezien: Diakens, priesters en bisschoppen moesten zich onthouden van seksuele relaties eenmaal verheven tot de heilige ordes.

Die traditie wordt uit overvloedige bronnen uit de eerste eeuwen bevestigd als een apostolische traditie. Behalve vele praktische redenen vinden we de basis hiervoor terug in het Oude Testament (Lev.), waar de priesters van de Tempel zich moesten onthouden van seksuele relaties met hun echtgenote om waardig het tempeloffer te kunnen opdragen. De apostelen zouden deze traditie zonder de minste twijfel verdergezet hebben. En aangezien het Misoffer na de instelling van de eucharistie op dagelijke basis plaatsvond, spreekt het voor zich dat er permanente onthouding plaatsvond.

Omdat de huwelijksstaat echter leidde tot systematische misbruiken, wijzigde de Kerk later de praktijk en stelde het celibaat in. Immers onthouding in de huwelijksstaat bleek moeilijk haalbaar: Het kat naast de melk plaatsen, is om problemen vragen. Het celibaat is een praktisch middel om de zuiverheid te garanderen van de priesters.

Antwoord:

Er zijn veel argumenten die aantonen dat het celibaat wel degelijk haalbaar en zelfs wenselijk is. Maar vooraleer we de voornaamste argumenten geven, zijn hier enkele algemene bedenkingen. Ten eerste is het celibaat niet onmogelijk. Mensen zijn niet zoals beesten, maar zijn gemaakt volgens Gods beeld. Met andere woorden, mensen hebben een wil, waarmee ze zichzelf een discipline kunnen opleggen voor hogere doeleinden.

Ten tweede is het ontkennen van de mogelijkheid van het celibaat een ontkenning van Gods kracht en hulp. Dit is niet christelijk.

Ten derde ontkennen we niet dat zowel het huwelijk als het celibaat goed zijn. Het celibaat heeft echter een zekere praktische superioriteit. Er is bovendien een zeker heroïsch aspekt aan verbonden.

Bovendien ligt het probleem niet zozeer bij het concept en het engagement van het celibaat, maar in de samenleving. Geloften worden niet langer serieus genomen. Dit geldt zowel voor het celibaat als voor de huwijksverbintenis.

Een oude Engelse gezegde zegt: “All heresy begins below the belt” (Alle ketterij begint onder de gordel). Er is veel waarheid in dit gezegde, vooral als we denken aan figuren zoals Hendrik VIII en Luther. We moeten ons hier ook afvragen of dit niet het geval is voor diegenen die het celibaat willen afschaffen.

Christus. Christus maakt een verwijzing naar het celibaat: “Er zijn onhuwbaren, die zichzelf onhuwbaar hebben gemaakt om het rijk der hemelen.” (Mt. 19:12)

St. Paulus. De apostel van de heidenen beveelt de celibataire staat en  onthouding sterk aan. “Integendeel, ik zou willen, dat alle mensen waren zoals ikzelf . . . Tot de ongehuwden en de weduwen zeg ik: het is goed voor hen, zo ze blijven, zoals ikzelf ben. . . . Zijt ge niet aan een vrouw verbonden, zoek dan geen vrouw. . . . De ongehuwde is bezorgd over de dingen des Heren, hoe hij behagen zal aan den Heer; maar de gehuwde is bezorgd over de dingen der wereld, hoe hij behagen zal aan de vrouw; en hij is verdeeld . . . Ik zeg dit tot uw eigen bestwil, niet om u een strik om te doen; maar opdat gij onwankelbaar zoudt zijn in de eerbaarheid en in de toewijding aan de Heer.” (1 Kor. 7:7-8, 27, 32-35)

Oude Testament. De priesters en levieten die in de Tempel in Jeruzalem werkten, moesten zich gedurende die tijd onthouden van gemeenschap met hun echtgenote. Anders waren ze onrein en dus ongeschikt voor de Tempeldienst: “Wanneer een man een uitstorting heeft gehad, moet hij heel zijn lichaam baden, en is tot de avond onrein. . . . Wanneer een man gemeenschap met een vrouw heeft gehad, moeten beiden een bad nemen, en zijn tot de avond onrein.” (Lev. 15:16, 18)

St. Siricius. Paus St. Siricius (384 A.D.) bemerkt trouwens dat de plicht van onthouding voor de priesters en levieten ernstig moet genomen worden. Tijdens hun dienst in de Tempel verbleven zij niet bij hun familie om kuis te blijven, zodat ze het Tempeloffer waardig konden opdragen. Dat weten we op basis van het Oude Testament. De priesters konden slechts in bepaalde steden met hun familie wonen. Jeruzalem was echter uitgesloten.

EEN VOLMAAKTER PRIESTERSCHAP. Getrouwde priesters in het Oude Testament waren verplicht tot tijdelijke onthouding wanneer ze in de Tempel dienden. Welnu, het priesterschap van Christus brengt het oude priesterschap tot zijn volmaaktheid. Hierdoor werd ook de verplichting van onthouding tot een volmaakter niveau gebracht en werd dus een verplichting tot permanente onthouding. En dus, de priesters van Jezus Christus, die dagelijks het Heilig Misoffer opdragen, een offer dat in alle aspecten superieur is aan dat van Jerusalem, kan alleen God bevallen door een perfecte onthouding.

ANDERE RELIGIES. De Katholieke Kerk is niet de enige religie waar onthouding en/of het celibaat beoefent werd. Ook andere religies geloofden/geloven in het principe van de onthouding: De Romeinen zagen de relatie tussen een perfect priesterschap en de maagdelijkheid. Denken we maar aan de eer betuigd aan de Vestaalse Maagden en de Sibyls. Een ander voorbeeld is de regel voor de Hogepriester van de Euleusiniaanse Mysteries die hem verbood te trouwen nadat hij het ambt had opgenomen of, mocht hij reeds getrouwd zijn, hem verzocht een volledige onthouding met zijn vrouw te beoefenen.

Ook de hindoe’s zagen  een verband tussen priesterschap en onthouding:  “Brahma, geschapen door Birmah, klaagde dat alleen hij, onder zijn broeders, zonder partner was, en Birmah klaagde dat hij, als priester, het zich niet kon permitteren om verstrooid te zijn, maar dat hij zichzelf geheel aan het gebed en de goddelijke eredienst moest geven.” (Creuzer, Mythology and Symbolism, I)

(Bron: Apostolic Origins of Priestly Celibacy, C. Cochini, 1990; Priestly Celibacy: Ecclesiastical Institution or Apostolic Tradition, C. Bonivento, 2006; Dictionaire de Théologie Catholique, 2b: 2080, s.v. “Célibat Écclesiastique, E. Vacandard)

Advertenties

From → H. Ordes

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: